MINERALEN

 

Apotheek Van der Linden

Calcium

 

Calcium is het meest voorkomend mineraal bij de mens: 1,2kg bij de man en 1kg bij de vrouw. De absorptie via de darm gebeurt moeilijk (ongeveer 10% wordt opgenomen). Factoren die de calciumabsorptie verhogen zijn vitamine D, PTH-hormoon, een zure pH van de darm.

 

Magnesium

 

Magnesium is nodig voor de energiestofwisseling in het lichaam, de overdracht van zenuwprikkels en het goed functioneren van de spieren. Verder geeft magnesium stevigheid aan het skelet en is het nodig voor de opbouw van onder andere spieren.

 

 

Magnesium komt in bijna alle voedingsmiddelen voor. Het gehalte aan magnesium verschilt per voedingsmiddel. Cacao en bittere chocolade, schelpdieren, garnalen, sojabonen en noten bevatten meer dan 100 milligram magnesium per 100 gram. Ook groene groenten, ongepelde granen en noten zijn rijk aan magnesium. Verder kan drinkwater een belangrijke bijdrage leveren aan de inname van magnesium.

 

Kalium

 

Kalium is nodig voor de zenuwprikkelgeleiding en het handhaven van een normale bloeddruk. Verder is kalium noodzakelijk voor het samentrekken van de spieren en voor de energiehuishouding in de spieren.

 

Kalium komt bijna in alle voedingsmiddelen voor. Belangrijke bronnen van kalium zijn aardappelen, brood, melk en melkproducten, vlees en vleeswaren en groenten.

 

Wanneer aardappelen en groenten met veel water worden gekookt gaat kalium verloren.

 

 

Zink

 

Zink is nodig bij de opbouw van eiwitten en daarmee voor de groei en vernieuwing van weefsel. Daarnaast speelt het een rol bij de opbouw en afbraak van koolhydraten. Zink is onderdeel van het hormoon insuline en het zorgt ervoor dat het afweersysteem goed werkt.

 

Zink komt vooral voor in vlees, vis, haring, bruinbrood, peulvruchten en rijst.

 

IJzer

 

IJzer is een belangrijk bestanddeel van hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcellen. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de weefsels. IJzer is onmisbaar voor dat transport. Er zijn verschillende soorten ijzer: heemijzer en non-heemijzer.

 

IJzer komt voor in vlees en vleesproducten, aardappelen, brood en groenten. De belangrijkste leveranciers voor ijzer in de Nederlandse voeding zijn brood en vlees(waren).